Casa del Sur

Voor uw onvergetelijke vakantie.

Flamingo – een filter op poten


Rond de Middellandse Zee is het de soort Phoenicopterus ruber, de gewone of roze flamingo (P.r. roseus) die veel voorkomt. De populatie is stabiel, mede door hun steeds vaker beschermde habitat, de zout- en kalkrijke salinas, die je op veel plaatsen langs de Middellandse Zee vindt en ook o.a. langs de Costa Blanca.
EEN PAAR FEITEN
Het is een grote vogel, tussen de 120 en 145 cm in lengte en spanwijdte van 140 tot 170 cm. Het verschil tussen een mannetje of vrouwtje is moeilijk te zien. Vaak is het mannetjes wat groter. Ze wegen tussen de 2,5-4 kg. De poten hebben zwemvliezen, waarmee ze door de modder roeren en waar ze op de drassige bodem goed mee kunnen staan, maar ze kunnen ook zwemmen als een eend.
Het verenkleed is roze, rood, grijs of geel van kleur met zwarte slagpennen voor het vliegvermogen. Voor het vliegen hebben ze wel een aanloopje nodig, vliegen dan soms tot 55km/uur, wat ze ook wel even vol kunnen houden en vliegen bij voorkeur ’s nachts. Het zijn geen echte trekvogels, maar gaan wel van een broedplek naar volgende foerageplekken en kunnen daarbij meer dan 1000km afleggen. Ze leven in ondiep water, in zgn. lagunes, een alkalisch meer (met hoog zoutgehalte), vaak vlak achter de zeekust.
LEVENSCYCLUS
Flamingo’s zijn sociale vogels, leven soms met duizenden exemplaren bij elkaar in kolonies en hebben hun eigen rituelen, die gelijktijdig in de groep worden gegooid met het voordeel dat het vervolg van de levenscyclus grotendeels ook gelijk op gaat: balts, paarvorming, broeden, uitkomen en vooral samen groot worden, waarmee ze elkaar bescherming bieden. Maar het kan ook zo zijn, dat er bij het gelijktijdig baltsen een paar onverschillige exemplaren gewoon door eten. Na de paarvorming en het paren gaan ze in kleinere broedkolonies uit elkaar.
Als nest wordt er een klein aarden vulkaantje van ong. 30cm hoog gemaakt, dat goed tegen overstromingen en hitte aan de grond kan en met zorg door beide ouders gemaakt is en wat bij trammelant fel wordt verdedigd. Vaak is het maar voor 1 ei van ong. 100 gram, dat na 28 dagen uitkomt.
De jongen gaan na ong. 2 weken al in de ‘mini’ creche en na een maand naar de ‘grote’ creche waar ze soms ook met duizenden tegelijk samen zijn. Ouders weten hun jong op hun eigen karakteristieke geluid te vinden.
De jongen zijn grijs van kleur en passen daarmee goed in hun habitat. Het jong kan voor zichzelf zorgen, zodra de snavel gekromd is (na ong. 30 dagen) en vliegt na ong. 11 weken uit. Het verenkleed wordt na 2 of 3 jaar al meer roze. Pas als het helemaal roze is (4-5 jaar), plant hij/zij zich voort. In het wild kunnen ze tot wel 50 jaar oud worden.
In het mediterrane gebied broeden flamingo’s meestal in het voorjaar, maar in Italië is het voorgekomen dat een groepje van hen op een afgelegen plaats pas in de herfst begon te broeden en daarna de jongen grootbracht. Bekend is dat er, wereldwijd gezien, geen vaste voortplantingsperioden bestaan, maar dat vooral de juiste condities er toe doen om zich voort te planten: veilige locaties om nesten te kunnen bouwen en voedselrijk water voor langere tijd dicht in de buurt, dus ook makkelijk te bevliegen.
FOERAGEREN, DE KUNST VAN FILTEREN

De gekromde snavel wordt gebruikt voor 'filter feeding'
De snavel, die dus eerst na ong. 30 dagen vorm krijgt en het filtermechanisme aan de beide kaken, waarvan de bovenste klein en plat is en de onderste groot en gootvormig, zijn 2 speciale kenmerken van de flamingo. Bij het foerageren wordt de snavel bijna ondersteboven in het water gehouden. Door de hoek van de snavel komt het onderste deel ongeveer horizontaal in het water te liggen. Met behulp van de dikke tong, die als pomp werkt en zelfs kan zwellen, wordt er een mengels van modder en water opgezogen en weer uitgestuwd, waarbij het anorganische afval (zand e.d.) wordt weggewerkt en de voedingstoffen blijven ‘hangen’ in een soort kiewen aan de kaken, die als een filter werken. Dit opzuigen kunnen flamingo’s ong. 3 tot 4 keer per seconde doen.
Wat ze uit de modder en het slib vissen zijn ongewervelde diertjes, zoals (pekel)kreeftjes, garnalen, weekdiertjes. Door de carotenoïden (wat ook in wortelen zit) in de voeding, krijgen ze de roze, soms rode kleur, die de flamingo’s zelf heel belangrijk vinden. Hoe mooier de kleur, hoe interessanter ze elkaar vinden: geen kleur, geen paring.
Een ander minder bekend aspect is dat ze vliegjes toevoegen aan hun dieet, die ze vangen on the fly, waarmee ze letterlijk het oppervlakte van het water, waar de vliegen zich concentreren, schoon vegen.
HABITAT & OBSERVATIE
Veel flamingo’s in Spanje zijn geringd of dragen een gekleurde plastic ring volgens internationale standaarden en uit metingen blijkt dat ze trektochten maken via de Middellandse Zee kust van Spanje tot het noordoosten van Italië aan de Adriatische Zee. Maar ook dat ze oversteken naar Afrika, dus afstanden afleggen van meer dan 2000km vanaf de plaats van geboorte.
De Flamingo Specialist Group (FSG) is een wereldwijd netwerk van flamingo specialisten (zowel wetenschappers als niet-wetenschappers) en bezig met het onderzoek, monitoring, beheer en behoud van de zes wereldwijd bekende flamingo soorten.

PAULINE VAN DER SLUIJS 21 JULI 2012
uit costablanca voor jou